F tjómnom lesje

F tjómnom lesje, f tjómnom lesje,
f tjómnom lesje, f tjómnom lesje
Zalesju , zalesju


Raspasju lja, raspasju lja,
raspasju lja, raspasju lja,
Pasjeku, pasjenku,


Ja paséju, ja paséju,
ja paséju, ja paséju,
Ljonkanapel, ljonkanapel,


Uroditsja, uroditsja,
uroditsja, uroditsja,
Ljonkanapel, ljonzelenoj


Tonokdolok, tonokdolok,
tonokdolok, tonokdolok,
Belwalaknjist, belwalaknjist


Kakpawaditsja, kakpawaditsja,
kakpawaditsja, kakpawaditsja,
Worwarabjej, worwarabjej.

In het donkere bos

In het kleine donkere bos
achter het kleine bos
zal ik een akker aanleggen
een kleine akker

Ik zal zaaien
ik zal vlas zaaien
het vals zal; groeien, het vlas
mooi groen zal het worden

Dun en lang
mooie witte vezels
steeds weer komt het musje
de ondeugende mus

Hij komt in mijn vlas
hij komt gevlogen
ik zal hem wel vangen
en wegjagen

Hij zal dan niet meer
hierheen vliegen
hij zal de weg
hierheen vergeten.

Hij zal mijn vlas
niet meer opeten
in het kleine donkere bos
achter het kleine bos.